|
Deze pagina wordt u aangeboden in samenwerking met Maatschap Geraedts
& Reinders. Meer weten? Neem contact met
ons op.
Fietsaftrek
De Staatssecretaris van Financien heeft een besluit gepubliceerd waarin
de regels vaar de fietsaftrek worden toegelicht.
Voor het regelmatig woon-werkverkeer per fiets met een enkele reisafstand
van meer dan 10 kilometer kan de fietsaftrek worden toegepast. Als voorwaarde
geldt dat de werknemer op tenminste 3 dagen per week naar en van zijn
werk reist en in meer dan 70% van het aantal reizen met de fiets gaat.
De reisafstand dient meer dan 10 kilometer te bedragen. De werkgever moet
aan de werknemer een fietsverklaring verstrekken.
De fietsaftrek bedraagt f 774 vaar de werknemer en kan worden toegepast
naast de fietsregeling (het verstrekken af vergoeden van een fiets daar
de werkgever of het ter beschikking stellen van een fiets), die als doel
heeft het gebruik van de fiets vaar het woon-werkverkeer te stimuleren.
Als de werkgever een fiets beschikbaar stelt dan kan de fietsaftrek niet
worden toegepast.
Stallingsvergoeding auto in prive
garage onbelast
Werkgevers kunnen hun werknemers een vergoeding geven voor de kosten
van hun garage indien deze garage gebruikt wordt voor het stallen van
de auto van de zaak De Hoge Raad heeft in twee gevallen uitspraak gedaan
dat een werkgever belastingvrij de stallingskosten voor de auto kan vergoeden.
Een BV betaalde de DGA een jaarlijkse vergoeding van f 1.800 voor de stallingskosten
van de auto van de zaak In het andere geval bedroeg de vergoeding f 340
per maand.
De Hoge Raad overweegt dat een garage die dient tot stalling van een auto
niet beschouwd kan worden als een werkruimte, zodat de vergoeding niet
onder de daarvoor geldende beperkingen valt.
Vergoeding/verstrekking van maaltijden
Sinds 1 januari 2001 zijn nieuwe regels van toepassing voor het vergoeden
of verstrekken van maaltijden.
Vanaf 2001 mogen maaltijden onbelast worden vergoed als het zakelijk karakter
meer dan van bijkomend belang is. Bedraagt het aantal maaltijdvergoedingen
meer dan 80 per jaar, dan kunnen de eerste 80 maaltijden belastingvrij
worden vergoed en moet op vergoedingen voor de maaltijden daarna een forfaitair
bedrag in mindering worden gebracht.
Vergoedingen voor maaltijden waarvan het zakelijk belang ontbreekt zijn
volledig belast.
Maaltijden in bedrijfskantines zijn vrije verstrekkingen mits de werknemer
de direct aan de maaltijden toe te rekenen kosten betaalt met een minimum
van f 3,04 voor een ontbijt/koffiemaaltijd en f 6,10 voor een warme maaltijd.
Betaalt de werknemer geen af een te lage bijdrage dan wordt de maaltijd
belast tegen de waarde in het economisch verkeer: Deze regeling geldt
niet voor betaalde vergoedingen door de werkgever, deze zijn volledig
belast.
De staatssecretaris heeft toegezegd te onderzoeken of de regeling eenvoudiger
kan.
Met name het vaststellen van de kostprijs van hetgeen een werknemer verteert
is bijna niet na te gaan.
Buitengewone lasten
Gehandicapten en chronisch zieken die jarenlang buitengewone uitgaven
doen welke verband houden met hun ziekte, en die een inkomen hebben dat
lager is dan f 62.000, gaan vanaf 2002 minder belasting betalen. De regeling
geldt ook voor ouders die hun gehandicapte kind ander de 27 jaar verzargen.
De buitengewane lasten magen daar de betrakkenen in mindering warden gebracht
ap het inkamen uit werk en waning (bax I).
De regeling zal warden apgenamen in het belastingplan vaar 2002.
Groen beleggen
Voor maatschappelijke beleggingen geldt een vrijstelling tot een bedrag
van f 103.539 per persoon (voor partners f 207.078).
Onder maatschappelijke beleggingen worden tevens groene beleggingen begrepen.
Voor de belastingplichtige die op 3 I december 2000 al aan groen beleggen
deed, geldt gedurende 10 jaren een algehele vrijstelling vaar de groene
beleggingen die hij/zij op genoemd tijdstip bezat. De aanvullende heffingskorting
voor maatschappelijke beleggingen van 1,3% geldt vaar iedere belastingplichtjge
en wordt berekend over de vrjjstelling van deze beleggingen in box 3.
Met ingang van 2002 worden de regels voor groene beleggingen aangescherpt.
Uitsluitend vemieuwende projecten krijgen het label groen. Wel krijgen
de beleggers meer mogelijkheden om groene prajecten in het buitenland
te financieren. De vermogensgrens voor projecten wordt opgetrokken van
10 miljoen naar 20 miljoen gulden.
Vergoeding internetaansluiting
Op kamervragen heeft de Staatssecretaris van Financien geantwoord, dat
hij binnenkort zjjn standpunt zal bepalen over de onbelaste vergoeding
van een MX-stream internetabonnement.
Naar verwachting zullen werkgevers aan werknemers binnenkort de kosten
van een zogenaamd MX-stream abonnement onbelast mogen vergoeden. MX-stream
is een dienst van KPN die het mogelijk maakt snel te intemetten over de
vaste telefoonlijn. De abonnementskosten bedragen (momenteel) f 99 per
maand. Een abonnee hoeft geen gesprekskosten te betalen.
MX-stream valt niet ander de vergoedingsregeling voor vaste en mobiele
telefoonkosten zoals opgenomen in de Wet op de Loonbelasting.
Voorwaarde voor het onbelast vergoeden van het abonnement is dat het internetgebruik
voomamelijk een zakelijk karakter heeft. Dit zakelijk karakter wordt geacht
aanwezjg te zijn indien 90% of meer van het gebruik zakelijk is.
Fooien
Fooien zijn in sommige sectoren gebruikelijk en vormen een groot deel
van de verdiensten; zoals bijvoorbeeld in de horeca. Soms wordt met een
(norm)bedrag aan ontvangen fooien reeds bij de periodieke loonbetaling
rekening gehouden. Ais het werkelijk ontvangen bedrag aan fooien lager
is dan dat normbedrag, dan vormt het verschil voo de werknemer negatief
loon (aftrekpost voor de inkomstenbelasting). Voor de inkomsten belasting
behoren de werkelijk ontvangen fooien tot het inkomen van de werknemer:
De Horecabond FNV heeft een rechtszaak gewonnen waarbij de bond loon terugvorderde
van een hotelexploitant. De exploitant betaalde het loon uit rekening
houdend met de werkelijk door de werknemer ontvangen fooien. De FNV was
het daarmee niet eens. In laatste instantie stelde de Hoge Raad vast dat
fooien niet tot het loon behoren.
Veertig-dagen-regeling
De reisaftrek is van toepassing indien een belastingplichtige regelmatig
per openbaar vervoer pleegt te reizen van zijn woning of verblijfplaats
naar de arbeidsplaats en wordt in aanmerking genomen voor de per openbaar
vervoer afgelegde reisafstand. Indien de belastingplichtige naar verschillende
arbeidsplaatsen pleegt te reizen, wordt de reisaftrek berekend voor reizen
naar elke plaats afzondelijk (samenstelling, de reisaftrek bedraagt per
jaar maximaal f 3.656).
Van regelmatig reizen is sprake wanneer minimaal een dag per week wordt
gereisd of indien in een jaar tenminste 40 dagen van de woning naar de
arbeidsplaats is gereisd.
Daamaast is sprake van regelmatig reizen wanneer aan het oude 20-dagencriterium
(20 opeenvolgende werkdagen) wordt voldaan. De veertig-dagen-regeling
is ook van toepassing indien de arbeidsplaats een andere is dan de standplaats.
Met name voor ambulante werknemers kan de toepassing van de veertig-dagen-regeling
een achteruitgang betekenen, want indien de drempel van 40 dagen is bereikt,
dient de betaalde kilometervergoeding, voor zover deze meer bedraagt dan
het reiskostenforfait, als loon te worden aangemerkt en kan dus niet meer
onbelast worden uitbetaald.
Staatssecretaris Bos heeft naar aanleiding van kamervragen deze problematiek
nader onderzocht. Ondanks dat de regeling voor grote groepen werknemers
niet billijk is, en hei bovendien nogal wat administratieve rompslomp
met zich meebrengt, heeft hij besloten de regeling niet te wijzigen.
Autokostenforfait
Werknemers die een auto van de werkgever ter beschikking hebben dienen
voor het prive-gebruik van de auto een percentage van de oorspronkelijke
cataloguswaarde bij het inkomen te tellen. Voor auto's van 15 jaar en
ouder wordt de bijtelling berekend over de huidige waarde van de auto
in het economische verkeer: De vergoeding die de werknemer aan de werkgever
betaalt voor het prive-gebruik van de "oldtimer" mag in mindering
worden gebracht op de bijtelpost. Ais de werknemersbijdragen groter zijn
dan de bijtelling leidt het meerdere niet tot een aftrekpost.
Indien de werknemer minder dan 7.000 km prive per jaar rijdt en hij de
bijtelling wil verminderen dan dient een deugdelijke kilometeradministratie
te worden gevoerd waaruit blijkt hoeveel kilometers de werknemer op jaarbasis
met de auto voor prive-doeleinden heeft gereden. Woon-/werkverkeer geldt
a's zakelijk gebruik.
Indien de werkelijke waarde van het prive-gebruik hoger is dan de forfaitaire
bijtelling (percentage maal cataloguswaarde) wordt het prive-gebruik op
die hogere waarde vastgesteld.
De bewijslast daarvoor ligt bij de inspecteur: Het Gerechtshof in Den
Haag heeft in een voorgelegd geval de bijtelling hoger vastgesteld. Een
hogere waarde van het prive-gebruik zou uit de overgelegde kilometerregistratie
kunnen blijken. Alvorens die administratie aan de belastingdienst te verstrekken
dient kritisch te worden gekeken naar de verhouding prive-/zakelijke kilometers,
dit ter vermijding van een verhoogde bijtelling.
Personenauto keuzevermogen
Ondememers, die een personenauto aanschaffen, welke zowel voor zakelijke
als priveritten wordt gebruikt, kunnen de auto aanmerken als ondememingsvermogen
of als privevermogen. De personenauto is fiscaal keuzevermogen; indien
de auto niet (nagenoeg) uitsluitend zakelijk wordt gebruikt.
Bij uitsluitend zakelijk gebruik is de auto verplicht ondememingsvermogen.
Nagenoeg geheel zakelijk gebruik werd door de belastingdienst uitgelegd
als 90% van het gebruik.
Indien 90% of meer van de gereden kilometers zake'ijk is dan moest de
auto worden aangemerkt a's ondernemingsvermogen.
De Hoge Raad heeft deze regel verlaten en aansluiting gezocht bij het
auto kostenforfait.
Indien een ondememer minder dan 1 .000 kilometer prive heeft gereden (2001:
500 kilometer) is sprake van verplicht ondememingsvermogen.
P.S. Met ingang van I januari 2001 mag een ondememer die zijn auto als
prive-vermogen aanmerkt voor de kilometers woon-/werkverkeer geen onbe!aste
vergoeding per kilometer meer ontvangen, doch uitsluitend het forfait.
Waardering bedrijfspand
De belastingplichtige die een of meer onroerende zaken tegen vergoeding
ter beschikking stelt aan zijn ondememing geniet inkomsten uit werkzaamheid.
Hij dient met ingang van I januari 2001 een jaarrekening te maken voor
de onroerende zaak. Op de openingsbalans van de "ondememing"
dient de onroerende zaak gewaardeerd te worden tegen de vrije verkoopwaarde
per I januari 2001. Ten behoeve van de waardering kan de belastingplichtige
een taxatierapport op laten stellen. De staatssecretaris heeft bovendien
een soepele waarderingsnorm vastgesteld. De waarde van de onroerende zaak
mag gesteld worden op de WOZ-waarde per I januari 1999 met een verhoging
van 20%. Van\\'ege de belastingclaim op de waardestijging na I januari
200 I en gelet op de prijsontwikkeling in de afgelopen jaren verdient
het niettemin aanbeveling een taxatierapport op te 'aten maken.
Geruisloze inbreng
De gewijzigde standaardvoorwaarden voor geruis'oze inbreng van een onderneming
n een BV liggen ter goedkeuring bij de Tweede Kamer: De belangrijkste
wijzigingen zijn:
- vervallen van de commerciele herwaardering voor bepaling van de verkrijgingsprijs
Ian de verkregen aandelen;
- verkregen aandelen bij een geruis'oze inbreng behoren altijd tot een
zogenaamd aanmerkelijk belang, ook indien het aandelenbezit in de nieuwe
vennootschap minder dan 5% bedraagt (dan zogenaamd fictief aanmerkelijk
belang);
- het verbod om agio te storten op aandelen vervalt;
- bij de bepaling van de waarde van de verkregen aandelen wordt uitgegaan
van de fiscale boekwaarde van de ondememing verminderd met de fiscale
reserves; om die reden kan de verkrijgingsprijs van de aandelen negatief
zijn;
- de ondememing dient in zijn geheel te worden ingebracht; uitgezonderd
hiervan zijn bedrijfsmiddelen die niet dienstbaar zijn aan de ondememingsuitoefening;
- de FOR dient per 1 januari 2001 op de ondememingsbalans te worden
opgevoerd; bij inbreng van de onderneming in een BV dient over het FOR-saldo
te worden afgerekend voor de inkomstenbelasting,tenzij voor het FOR-bedag
een lijfrente wordt bedongen;
- de inbreng geschiedt in natura, derhalve blijft een accountantsverklaring
vereist.
30%-regeling
Met ingang van 1 januari 2001 is de 35%-regeling voor buitenlandse werknemers
vervangen door de 30%-regeling. De 30%-regeling houdt in dat aan ingeleende
of urtgezonden werknemers een onbelaste vergoeding voor met het buitenlands
verblijf samenhangende kosten gegeven kan worden van 30% van de totale
beloning.
Ais grondslag voor de vergoeding geldt het regelmatig genoten loon x 100/70.
De vergoeding maakt geen deel urt van het bruto loon en dient derhalve
separaat in de arbeidsovereenkomst te worden vastgelegd.
De regeling geldt voor werknemers die over specifieke deskundigheid beschikken.
Hiervan wordt urtgegaan indien de werknemer tenminste 2,5 jaar werkervaring
heeft en een opleiding heeft op HBO- of universitair niveau. Op verzoek
wordt een beschikkjng afgegeven waarna de onkostenvergoeding 10 jaar kan
worden verstrekt. Na 5 jaar heeft de belastjngdienst het recht om te toetsen
of nog aan de voorwaarden voor toepassing van de regeling wordt voldaan.
De maximale duur van de regeling bedraagt 10 jaar:
Naast toepassing van de 30%-regeling kunnen ook andere kosten worden vergoed.
Daarvoor gelden de normale regelingen van de Wet op de Loonbelasting.
|